Soorten aardappelenVastkokende of bloemige aardappelen

Er zijn 2 kooktypes bij aardappelen: vastkokende of bloemige aardappelen.

Vastkokende aardappelen: Hebben een fijne structuur en behouden hun vorm perfect na het koken. Het zijn de aardappelen bij uitstek om gekookt of gebakken op te dienen. Omdat ze zo vast zijn, vragen deze aardappelen een iets langere kooktijd. De meest gekende vastkokende variëteiten zijn Charlotte en Nicola.

Bloemige aardappelen: Bloemig is een ander woord voor kruimig. Hoe meer zetmeel, des te bloemiger de aardappel. Bloemige aardappelen vallen bij het koken uiteen . Ze zijn geschikt om te koken, te bakken, te poffen, voor puree, voor frieten, … Hoe hoger het zetmeelgehalte van de aardappel, hoe bloemiger deze is. De bekendste soort hiervan is Bintje.


Nuttige tip:
Een kleine test volstaat om vast te stellen welke aardappel je op je bord gaat krijgen: een bloemige aardappel zinkt in pekelwater (100 gr zout / liter water), een vaste blijft drijven.

Vroege of late aardappelen

Vroege aardappelen: Hebben een korte groeiperiode en worden geoogst voor ze volledig rijp zijn. Ze bewaren hooguit twee weken zonder aan smaak in te boeten.

Halfvroege aardappelen: Worden rijper geoogst en kunnen tot in de winter worden bewaard.

Late aardappelen: Hebben een langere groeiperiode en kunnen de hele winter door worden bewaard.

Welke knolvorm heb ik nodig

De knolvorm is sterk rasgebonden en kan uiteenlopen van rond tot langovaal. Wat de voorkeur heeft, hangt af van de bestemming. Tafelaardappelrassen zijn veelal wat ronder, terwijl een aardappel voor friet meestal lang-ovale knollen heeft. Een leuk weetje is dat knollen op zware gronden (kleigrond) gemiddeld wat ronder zijn dan op lichtere gronden (zandgrond). Ook weersomstandigheden hebben een invloed op de knolvorm.